Tuesday, January 30, 2007

Net terug van Ashura...

Ik ben net terug van Ashura, in de shi'ietische wijken van Beirut. De wijde omgeving was afgezet met hekken en dwars op straat geparkeerde auto's. Hezbollah jongens overal de boel in de gaten houdend. Iedereen draagt zwart, de boys hebben een oordopje in die via een kabeltje in verbinding staat met een walkie-talkie.

De straten binnen het afgezette gedeelte waren aan de zijkanten bedenkt met honderden meters lange zwarte doeken. Ook op de lantaarnpalen zijn de foto's van de tijdens de zomeroorlog gesneuvelde Hezbollah strijders bedekt met zwarte stof. Klaagzangen uit de speakers. Links een Ashura-hal (een met plastic overdekte straat) waar de klaagliederen worden gezongen terwijl de bevolking op stoelen zit.

Nadat ik m'n auto buiten de afzetting had geparkeerd, probeerde ik mijn tolk op te halen, die ergens bij een hoofddoekenwinkel op me stond te wachten. Maar de boys van Hezbollah hielden me tegen.

"Wat doe jij hier," vroegen ze.
"Op weg naar mijn tolk," zei ik.
"Hoe heet ze," vroegen ze.
"Maak je geen zorgen," zei ik, nadat ik haar naam noemde, "Ze is shi'ietisch."

De passie voor spionage is altijd groot onder de boys. Ze menen altijd dat je een spion bent. Soms denk ik wel eens dat ze verslaafd zijn aan James Bond films. Nu keken ze me ook weer aan met die blikken van: "Werkt deze jongen voor Amerika of voor Israel?".

Gelukkig hoorde ik plotseling een "Hey, how are you?" uit de mond van een andere Hezbollah jongen die op straat stond.

"Brazilie, Nederland - voetbal," zij hij in gebroken engels.
"Hey," riep ik uit in herkenning, "What's up?"

Vlak voor de zomeroorlog had ik hier nog een reportage over het WK voetbal gemaakt. Toen waren m'n tolk en ik nog klem gereden door twee Hezbollah-jongens in een BMW. De jongen wiens handen ik nu schudde, was een van de klemrijders van een half jaar geleden. Hij zei onmiddellijk tegen de anderen dat ik door mocht lopen richting de Ashura manifestatie en richting m'n tolk.

"Take care," zei hij.
"Thanks, man," zei ik.

M'n tolk had nieuwe kleren aan. Eigenlijk hoorde ze - als shi'iet - gekleed te zijn in het zwart. Zeker vandaag. Maar tijdens het weekend had ze nieuwe kleren gekocht. Paarse hoofdoek, grijs jasje, paars shirt. "Ik kon niet wachten, ik wilde het per se aan vandaag," zei ze. Ashura-groepen liepen ondertussen over de straten. Duizenden mensen. Groepen mannen, groepen vrouwen. De meeste vrouwen in het zwart, met hoofddoek of habaja. Maar ook een behoorlijk aantal ongesluierde shi'ietische meisjes en vrouwen.

"Goh, geen sluier? Gek dat dit mag," zei ik tegen m'n tolk.
"Ja, dat is dan weer geen probleem. Maar in de Ashura hal moeten vrouwen wel allemaal iets op hun hoofd dragen."
"Fair enough," zei ik.

Natuurlijk wilde iedereen in eerste instantie niet echt met een Westerse journalist spreken. Vrouwen doken weg, mannen zwegen en keeken voor zich uit. maar als het ijs eenmaal breekt - tja - dan houdt het dus niet meer op. Libanezen zijn - in tegenstelling tot veel Westerlingen - extreem gepassioneerd over politiek. Dus binnen tien minuten stonden we in een kring op straat. Drie boys van Hezbollah, twee wat oudere mannen, een opdringerige vrouw die steeds aan me zat(!), de man van de koffietent op de hoek, twee politiemannen en een zooi kinderen.

We bespraken alles. Van Ashura tot Irak, van de huidige impasse in Libanon tot de kwaliteit van politiemotoren in het land.

De politieman trok z'n portefuille en liet een foto zien van Hassan Nasrallah, de leider van Hezbollah.

"Wij staan achter hem," zei hij.
"Maar moet een politieman niet neutraal zijn?," vroeg ik.
"Een shi'iet is nooit neutraal," zei een Hezbollah-jongen.
De politieman lachtte. "Net als overal in dit land is de politie ook verdeeld," vertelde hij, "Ik weet precies welke collega voor de regering is en wie voor de oppositie is."

Vervolgens liep hij naar zijn politiemotor (een gloednieuwe Harley Davidson, 1200 cc) en liet de sirene loeien. Niet alleen ik, maar enkele tientallen Ashura-gangers, schrokken zich rot door het enorme kabaal van die sirene. "Lachen man," zei de politieman, waarna hij het ding uit zette.

Tijdens alle discussies op straat, besloot ik om wat koffie te halen. Een vent liep met me mee. "Twee koffie," zei ik, want ook m'n tolk wilde. De Hezbollah jongens hoefden niets.

Omdat ik ongever 10 woorden arabisch spreek, dacht ik: Nou, laat ik me ook eens van m'n goede kant laten zien.

"Tneen kahfa," zei ik, wat twee koffie betekent.

"Sekker," riep ik uit, waarop de koffieman er suiker in deed.

De boys van Hezbollah hadden ook mijn klungelige Arabisch gehoord. Dit werd toch niet helemaal goed opgevat. Volgens hen sprak ik vloeiend Arabisch en deed ik me voor alsof ik het niet begreep in een poging om hen te kunnen afluisteren. Het verliep allemaal in een redelik prettige sfeer, dus zo erg was het allemaal niet. En terwijl ik met de politieman de Harley Davidson bewonderde, deed mijn tolk haar best om uit te leggen dat ik geen slinkse James Bond was.

"Hoe heet-ie?", vroegen ze aan m'n tolk.
"Harald," zei ze.
"Ah, dat is een Joodse naam."
"En z'n achternaam?"
"Doornbos," vertelde ze.
"Geheid Joods. Ik zeg het je - hij is een jood."

Ik verstond er ondertussen helemaal niets van en bood iedereen nog maar een sigaret aan. Na een minuut of tien, had m'm tolk de boys ervan overtuigd dat ik noch joods, noch Amerikaans, noch een spion was.

Diep in hun hart wisten ze natuurlijk wel dat geen echte spion daadwerkelijk naar een Ashura-bijeenkomst zal gaan om daar met Hezbollah te spreken. En natuurlijk snappen ze wel dat ik echt geen Arabisch spreek. Maar het moeilijk doen, het aftasten, de spionnenbeschuldigingen horen er altijd een beetje bij. Als je naar de slager gaat weet je ook dat een onsje altijd twintig gram meer is.

Harald Doornbos

No comments: